In het Coalitieakkoord van het nieuwe kabinet-Jetten staan ook ingrijpende maatregelen met name in de sociale zekerheid. De plannen moeten nog wel verder worden uitgewerkt. Bovendien is het kabinet-Jetten een minderheidskabinet. De voorgenomen maatregelen kunnen slechts doorgang vinden met medewerking van oppositiepartijen.
Kortom, het is nog niet zeker of deze plannen de parlementaire eindstreep gaan halen. Daarom beperken we ons tot het noemen van enkele ingrijpende maatregelen.
- Vanaf 2028 wordt de duur van de WW-uitkering verkort tot maximaal 12 maanden en vanaf 2030 gaat de WW-uitkering over de eerste 2 maanden omhoog van 75% naar 80% van het dagloon. Daarnaast wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van 52 weken gewerkt en wordt de opbouw van de WW-rechten teruggebracht tot een halve maand per gewerkt jaar.
- Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat werknemers met hogere lonen minder uitkering zullen krijgen en dat werkgevers minder premie gaan betalen.
- Vanaf 2030 wordt de IVA-uitkering afgeschaft voor nieuwe gevallen. Mensen die dan al een IVA-uitkering hebben, behouden die uitkering.
- Vanaf 2033 moet de AOW-leeftijd weer 1-op-1 meestijgen met de levensverwachting. Nu is dat nog voor twee derde.
- Vanaf 2028 wordt de transitievergoeding hervormd, zodat deze wordt gebruikt voor de transitie van werk naar werk. Daarnaast zal de compensatie voor de transitievergoeding na 2 jaar ziekte worden afgeschaft voor alle werkgevers. Waarschijnlijk hoeven werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bij- en omscholing of in re-integratieverplichtingen uit de Wet verbetering Poortwachter geen of minder transitievergoeding te betalen.
